Al maanden kom ik bij Zakaria en Asiya over de vloer. Toch is het me nog steeds niet gelukt om het verhaal van hun vlucht uit Syrië helemaal helder te krijgen. Ik weet dat het gezin uit Aleppo komt. Dat ze in Istanboel woonden, voordat ze een paar jaar geleden naar Eindhoven kwamen. Dat ze familie hebben die nu in Duitsland woont. Dat ze hier – met alle te nemen hobbels – een nieuw bestaan in Nederland proberen op te bouwen.
En, dat alles wat ooit was, nu weg is.
Of het nu door de taalbarrière komt, of dat ze er liever niet over praten. Feit is dat de gesprekjes die ik er op de vrijdagochtenden voer vooral van praktische aard zijn, en op het nu gericht. Kletsen over de perikelen met de nieuwe keuken, het buitenzetten van de groencontainer, het rapport van hun zoon, het WK voetbal, het aanvragen van een nieuwe OV-chipkaart of de stijgende energiekosten. Het contact dat we hebben is vriendschappelijk en warm. Informeel. Maar toch voel ik een drempel om te vragen naar hun verhaal. Snippers krijg ik ervan mee. Maar telkens wanneer het ter sprake komt, durf ik niet door te vragen. Ik weet niet hoe gevoelig het ligt. Wat er allemaal is gebeurd.
Maar nu is hun neef uit Dortmund op bezoek. Ook hij vluchtte uit Syrië. Alaa is een week vrij van zijn werk als postbezorger, en alleen thuis zijn is ook maar zo alleen. Met zijn zeven jaar in Duitsland is zijn Duits goed genoeg om een gesprek te kunnen voeren. Ik ga bij hem op de bank zitten, terwijl Zakaria koffie met baklava voor ons neerzet. Op de achtergrond staat de TV aan, YouTube-video’s van de historische Citadel van Aleppo komen voorbij. ‘Kijk, hier woonden we vlakbij’, zegt Alaa. ‘Op nog geen paar honderd meter van elkaar. Jetzt is alles kaput.’
Hij praat makkelijk, lijkt meer open te staan voor een gesprek over zijn verleden. Ik vertel dat ik op Netflix de film ‘The Swimmers’ zag. Een film over twee jonge zussen, die dankzij hun moed en zwemtalent de riskante reis van het door oorlog verscheurde Syrië tot aan de Olympische Spelen in Rio tot een goed einde brengen. In hun vlucht besluiten ze, ondanks dat het ze is afgeraden, over zee de oversteek te maken. Na het betalen van een flinke som geld blijkt dat het aantal vluchtelingen waarmee ze op de gammele opblaasboot moeten totaal onverantwoord is. Passen doet het eigenlijk niet. Toch gaan ze. Want je hebt er zoveel moeite ingestoken. Zoveel geld aan uitgegeven. Plus, wat zijn je alternatieven?
De angst. De onzekerheid. In ‘The Swimmers’ is het heel knap en indringend in beeld gebracht. Met een brok in mijn keel keek ik de film. Het was alle verhalen die ik er tot nu toe over gehoord en gelezen had, maar dan keer tien. Hoe verschrikkelijk het is op zo’n boot. Maar ook hoe uitzichtloos het kan zijn in zo’n opvanglocatie. Hoe moeilijk het is om te integreren als je de taal niet kent, je niet mag werken en geen onderdeel van de maatschappij kan zijn. De film galmde nog dagen na in mijn hoofd.
Ook de neef had hem gekeken. Zo ging het ook bij mij, vertelt hij. Zo’n twaalfhonderd euro had hij betaald. En op een boot met plek voor tien man zat hij met zo’n vijftig anderen. Twee uur lang.
Niet huilen. Niet hier, niet nu, spreek ik mezelf toe. Het voelt ongepast. Een beetje als dramatisch in snikken uitbarsten op een begrafenis, waarvan je de overledene eigenlijk helemaal niet goed kende. Dus ik neem een hap van mijn baklava en ik slik mijn tranen weg. Maar zijn verhaal raakt me. Het is niet iemand op tv, of een artikel in de krant, maar een persoon van vlees en bloed, hier naast mij op de bank. Die er – als het anders was gelopen – ook niet had kunnen zitten.
Met weemoed kijkt Alaa naar de televisie, naar de beelden van een verwoest Aleppo. ‘Ga je ooit nog terug, denk je?’, vraag ik hem voorzichtig. ‘Misschien over twintig, dertig jaar.’ Ergens klinkt stille hoop in zijn stem. Of hoop ik die te horen?
In de tussentijd proberen ze wat van hun leven te maken. Alaa in Duitsland, Zakaria en Asiya met hun gezin in Nederland. Noodgedwongen, omdat ze moesten vluchten. Nog steeds ken ik het verhaal van mijn Taalmaatjes niet. Pas wanneer ik voel dat het passend is, zal ik er naar vragen.
Tot dan blijven we kletsen over groencontainers en voetbal.
---
In november 2021 startte ik als TaalMaatje, via Maatje040. Eerst voor de Egyptische Donia en sinds juni 2022 voor Zakaria en Asiya uit Syrië. In deze blogserie schrijf ik over wat ik meemaak tijdens mijn vrijwilligerswerk.
