Wat je – zeg maar – als tekstschrijver leert van interviews terugluisteren

Pas ergens vorig jaar leerde ik dankzij de tiener in huis wat cringe betekent. Onderdeel van mijn vocabulaire zal het waarschijnlijk niet worden, maar inmiddels ben ik aardig ingewijd in straattaal. Over cringe gesproken: dat typeert precies hoe het terugluisteren van eigen interviews voor mij voelde. Gênant, ongemakkelijk en tenenkrommend. Toch is het goed om dit – ondanks de mogelijkheden van AI – te blijven doen, want je leert er gigantisch veel van.

De onderwerpen waar ik over schrijf worden steeds complexer, en de interviews steeds pittiger en uitgebreider. Dus een interview opnemen is inmiddels geen luxe meer, maar noodzaak. Heb ik iets tijdens het gesprek niet goed genoteerd, dan is dit mijn veilige back-up.

Zo sprak ik afgelopen maanden diverse inhoudsdeskundigen over complexe onderwerpen als groene waterstof, aluminiumrecycling en the Industrial Internet of Things. Onderwerpen waar ik vooraf weinig tot niets van wist. Ik schreef of typte mee tijdens de interviews, maar drukte even vaak op de opnameknop.

Jezelf terughoren? Vreselijk ongemakkelijk!

Toch bleef het terugluisteren een ding. Als een berg zag ik ertegenop. Het moment dat ik mijn eigen stem weer moest horen… vréselijk ongemakkelijk. Maar – zo kwam ik later tot de conclusie – óók onwijs leerzaam...


---

Dit blog schreef ik voor Tekstnet, de beroepsvereniging van tekstschrijvers, waarvan ik erkend Pluslid ben en sinds 2023 tot de harde kern van bloggers behoor. Het gehele blog 'Wat je - zeg maar - als tekstschrijver leert van interviews terugluisteren' lees je op de website van Tekstnet.

[Foto door Rishabh Dharmani via Unsplash]