Tot mijn yogajuf uit Kazachstan me er laatst een heel andere kijk op gaf. Wekelijks deelt ze haar wijsheden, meestal yoga-gerelateerd. Wanneer je welke ademhaling, de snake breath of ocean breath, het beste kunt toepassen. Of waarom het belangrijk is elke les - of (werk)week - even stil te staan bij jouw intention, een goed voornemen. Maar dit keer komt de wijsheid uit een andere hoek.
‘In Rusland is er een gezegde’, vertelt ze, als we samen buiten na de les bij staan na te kletsen en ik vertel over mijn angst voor fietsendiefstal. ‘Wordt iets van je gestolen of raak je iets kwijt, dan is daardoor eigenlijk erger fysiek leed voorkomen. Je moet dus juist niet rouwig zijn, want in het andere geval was je misschien wel heel ernstig ziek geworden.’ Met wat je inlevert koop je als het ware iets af. Zo was mijn interpretatie van haar verhaal althans. Een positieve manier om met verlies om te gaan.
Ik dacht terug aan de drie keren dat mijn fiets gestolen is, allemaal tijdens mijn studententijd. De eerste teleurstelling kreeg ik te verwerken na een lange treinreis terug van m’n ouders. Met het sleuteltje in mijn hand liep ik de stenen stationstrap af, zeker wetend waar mijn bordeauxrode barrel die vrijdagmiddag ervoor had achtergelaten; meteen in het eerste rek. Of toch rek twee, of drie? Het lange zoeken gaf ik uiteindelijk op en ik begon aan mijn wandeling door de nacht naar huis. En daar lag hij, in het water gesmeten, op slechts een paar meter van de stalling. Gebogen voorvork, geen meter meer op af te leggen.
Verdriet om een stuk staal.
Waar fiets nummer twee verdween weet ik niet meer. Maar wat ik me wel herinner, is hoe ik mijn gestolen Gazelle na weken weer tegen het lijf liep, geparkeerd naast de schuifdeuren van de Appie. Wachtend op wie er naar buiten kwam bedacht ik wat ik allemaal zou zeggen tegen deze vieze vuile rotzak. Maar de drager van de tas vol boodschappen bleek een moeder, die de fiets voor 50 euro had gekocht. Bij wie precies, dat was volgens haar niet meer te achterhalen. Het geld van de verzekering had ik al binnen. Ik liet het erbij zitten.
Mijn derde fiets verloor ik na een stapavond in de stad. Nadat de lichten op de dansvloer aangingen en ik weer buiten stond in de kou moest ik opnieuw concluderen: geen fiets.
Dus tranen, alweer.
De volgende ochtend ging mijn mobiel. Het was mijn stapmaatje. ‘Je gelooft het niet: mijn huisgenotes fiets is vannacht gestolen en toen heeft zij d’r een teruggepikt. Ik kijk nu uit het raam naar jouw fiets!’ Die fiets kon ik op zeven kilometer van mijn studentenkamer zélf komen ophalen. Het slot was nog intact, ze had hem vanaf de Oude Markt naar huis getild. Nog diezelfde middag pakte ik de bus erheen. Er kon geen sorry vanaf. Woedend was ik, maar toch ook blij vanwege het weerzien.
Die fietsen, dat zijn de grootste dingen in mijn leven die van me zijn afgenomen. Lucky me. Maar wat ik me sinds kort dus afvraag: gaat dat Russische gezegde van erger voorkomen ook op als je gestolen spullen uiteindelijk weer opduiken?
Daar zegt dat gezegde natuurlijk niks over.
---
Lyrics 'In de loop der jaren' door Lucky Fonz III
