Spiegel

Ik neem plaats op de kruk en strijk nog snel een lok achter mijn oor. Vanachter zijn ronde brillenglazen instrueert hij: ‘een beetje meer mijn kant op draaien nog’. Daarna drukt hij de knop in. Mijn gezicht verschijnt op het scherm naast ons. Een nieuwe pasfoto, goed voor weer tien jaar autorijden.

Waarschijnlijk ben ik de zoveelste klant vandaag, hier in zijn smalle winkeltje. Het maken van zo’n standaardfoto, dat gaat toch vervelen? Niet bij deze man, dat merkte ik meteen al. Zijn enthousiasme om van elk portret iets te maken is zelfs niet verdwenen toen vijftien jaar geleden de vrolijk krullende mondhoeken werden afgeschaft en de pasfoto niet meer werd dan een technische handeling.

De digitale versie van mezelf staart me aan. Eén oog recht, het ander licht loensend. Een onzekerheid die tot minstens mijn vijfentwintigste heeft geduurd. Tot dan had ik van het vermijden van ieder fotomoment een sport gemaakt. Daar had ik zo mijn redenen voor. Een beugel, bril, stomme krullen, en het ergste: ik keek scheel. Of nou ja, scheel. 

Een loens is het. Maar toch.

Later in mijn leven verdwenen de beugel en bril en leerde ik mezelf trucjes aan. Hoofd een beetje schuin, lachen, iets knijpen met één oog. Het werkte. Tegenwoordig kijk ik zonder schroom elke camera in. Maar hier, op deze plek, moet ik de trucs achterwege laten.

Ik deel mijn frustraties uit een ver verleden met de pasfotograaf. ‘Wacht’, zegt hij, verrast door zijn vindingrijkheid. En nog voor ik iets kan zeggen – of me überhaupt af kan vragen of dit officieel wel mag – gaat hij aan de slag. 

Knip-plak-draai. 

Mijn linkeroog gespiegeld op de plek van het rechter.

‘En, beter zo?’, klinkt het verwachtingsvol. Het ziet er niet slecht uit, maar toch moet ik hem teleurstellen. Al die jaren van zelfacceptatie gaan hier niet zomaar de prullenbak in. En zo loop ik tussen de Canons, Fuji’s en fotolijsten door naar buiten, met zes kleine fotootjes voor 12,50 euro. Zes keer mezélf.


Dit blog schreef ik als opdracht voor de masterclass ‘Columns aan de keukentafel’, die ik in 2021 volgde bij Volkskrant Magazine-columniste Eva Hoeke.