Kloppend gevoel

Dat twaalf extra uren in de auto een zegen zouden zijn, dat wisten we op de heenweg nog niet. Alleen dit keer waren de kinderzitjes op de achterbank leeg. Ik voel me schuldig, om ze allebei zo achter te laten in de kokendhete stacaravan. Maar ik had geen keuze. Het kloppende gevoel viel niet te negeren.

Het vermoeden dat er iets niet klopte – of ja, eigenlijk dus juist wél – kwam al een paar dagen eerder. Bij controle bij de tandarts vlak voor de vakantie was alles nog oké. Zowaar een keer géén gaatjes. Mooi. Maar uiteraard nu, een paar weken later op een camping in de Franse Vogezen, besloot mijn gebit wat anders. 

Ruim 500 kilometer van huis. Kiespijn die met het uur erger werd. In de stacaravan liep de temperatuur op de babyfoon inmiddels op tot 38 graden. Met een gevoel van lichte paniek wandelde ik in de brandende zon richting receptie. De dame achter de balie bleek Nederlands; iets dat normaal niet echt op mijn lijstje met pluspunten staat, maar dit keer wel erg goed uitkwam. 

‘Zal ik een rondje voor je bellen?’, bood ze aan. Ja, heel graag. Tandarts nummer één zat vol. Nummer twee: voicemail. Nummer drie bleek al jaren terug overleden. Bij nummer zeven gaven we het op. Via de plaatselijke apotheek kon ik gelukkig wat ibuprofène krijgen. Maar dit nog een week volhouden, nee, echt niet. 

Gelukkig zouden mijn schoonouders de volgende dag langskomen, op doorreis naar huis. Een extra dagje oppas door opa en oma zou ons de tijd geven om op en neer te racen naar Nederland, voor een spoedbezoekje tandarts. En zo kwam het dat we nog geen 24 uur later naast elkaar zaten te genieten van de airco. Van de rust. Van samen uit eten in een wegrestaurant. Even geen hitte, even geen jammerende kids. Oké, wel pijn. Maar die zou snel weg zijn.

Die nacht genoot ik van mijn eigen bed. Van thuis even snel een wasje draaien. Van de kat aaien, die niet wist wat haar overkwam. En ’s ochtends vroeg in de tandartsstoel, zat de noodvulling er met een kwartiertje in. Nog gratis ook, zei ze. Lief, maar dat kon mij al niet meer schelen. Ik stapte opgelucht terug de auto in, zes uur koelte en twee rode, bezwete koppies tegemoet.

Dit blog schreef ik als opdracht voor de masterclass ‘Columns aan de keukentafel’, die ik in 2021 volgde bij Volkskrant Magazine-columniste Eva Hoeke. (Echt ’n aanrader trouwens!)